25 jaar FLYER: een schriftelijke boetedoening naar Canossa

Fietskenner Gunnar Fehlau schrijft een persoonlijke boetedoening aan FLYER.

Voorwoord van de auteur:

Over het algemeen vinden mensen het makkelijker om zich te verontschuldigen dan om vergiffenis te vragen. Daarom wordt dit geen gemakkelijk stuk. Maakt u zich geen zorgen, niet voor u, maar voor mijzelf. Want terugkijkend op 25 jaar FLYER, moet ik diep door het stof.

Een dramatische start

Mijn moeizame relatie met FLYER gaat terug naar onze eerste ontmoeting. Dit was bij een ledenvergadering van de Duitse vereniging voor de fietsbranche VSF, kort na de millenniumwisseling om precies te zijn. Op zijn eigen onnavolgbare wijze probeerde Gianni Mazzeo aanwezigen enthousiast te krijgen voor een proefrit op een FLYER. Hij deelde daarbij kleine chocoladerepen uit met de boodschap dat Zwitserse fietsen net als Zwitserse chocolade een glimlach op je gezicht tovert.

 

Pedaalzumba

We stonden met een aantal mensen bij elkaar en schoorvoetend stemde ik in met een proefrit. Iedereen was ervan overtuigd dat we een hoop lol zouden beleven. Maar niet op beoogde manier. Nee, we cirkelden rond de elektrische fiets als een groep late pubers op een kunsttentoonstelling of een zumba-cursus: ogenschijnlijk interesse veinzend, maar vanbinnen popelend van nauwelijks verholen ongeduld om het doelwit binnen de kortste keren tot op de bodem af te kraken. Meer geleid vanuit het van testosteron stijf staande lichaam, dan door het verstand. Dus nam ik met een zwierige beweging plaats op de FLYER, trapte ferm op de pedalen en passeerde al snel de 25 km/u-barrière om daarna op een zware fiets verder door de omgeving te moeten peddelen zonder nog maar iets van de ‘ingebouwde rugwind’ te bespeuren. Terug in de roedel verklaarde ik stoer dat de wielen eruit zagen alsof ze waren ontworpen in opdracht van een ziektekostenverzekeraar en ook precies zo reden. Ik richtte me op en verkondigde dat ik mezelf voor de afzienbare jaren nog fit genoeg achtte om zo'n ding – ik weigerde het een fiets te noemen – te ontberen. Maar ik zou mijn oude vader wel eens vragen of die misschien belangstelling had.

De foute kant van de mobiliteit

Energie had ik in overvloed, lichaamsvet juist niet en mijn fietsorthodoxe deugkompas was nauwkeurig geijkt: een fiets had géén motor en was moreel gezien veruit superieur. Motoren, die behoorden tot de foute kant van de mobiliteit: auto’s, vliegtuigen, cruiseschepen waren ermee uitgerust. Op een fiets, en laat staan op mijn fiets, hoorden ze beslist niet thuis.

Ik maakte rechtsomkeert en slenterde naar de volgende stand, waarvan het warenaanbod vrij was van motoren en – zo leerde ik pas later – aandrijvingen. Hier boden échte fietsfabrikanten échte fietsen voor échte fietsers aan. Het korte ‘Mazzeo-motoren’-intermezzo was alweer voorbij en ik vroeg me af wie volgend jaar zijn standplaats zou overnemen …

Beste FLYER-gemeenschap, vergeef mij alsjeblieft mijn arrogantie, onnozelheid en onwetendheid. Ik was verblind door mijn liefde voor de fiets, waardoor mijn zicht op de werkelijkheid werd vertroebeld. Tegenwoordig rij ik op een FLYER. En nog met veel plezier ook! Maar nog altijd zonder chocolade.

Gunnar Fehlau

 

Foto bron: www.pd-f.de / Kay Tkatzik

door Anja Knaus
09 juni 2020